De grote brand in de binnenstad van Arnhem was ook een test voor de redactie

Er staan als je er moet staan

Een once-in-a-lifetimebrand. Zo noemde de brandweercommandant van Arnhem de vuurzee die op 6 maart 2025 uitbrak. Meer dan 600 brandweerlieden kwamen in actie voor een brand waarbij een heel winkelblok in het stadshart verloren ging, maar er wonder boven wonder geen slachtoffers vielen. 

De ravage na de brand in Arnhem.

V

oor de brandweer was deze brand een lakmoesproef. Ben je als organisatie klaar voor een ramp van deze omvang? Doe je onder grote druk de juiste dingen en neem je de juiste besluiten? Ook voor de redactie van De Gelderlander was de brand een test. Als regionale titel moet je er staan op het moment dat jouw publiek een grote behoefte heeft aan betrouwbare en snelle informatie. En we stonden er. 


Verslaggever Eric van der Vegt werd midden in de nacht wakker van sirenes. Hij zag de meldingen op zijn telefoon en wist meteen dat er een drama dreigde in de binnenstad. Hij ging op pad, maar belde ook adjunct-hoofdredacteur Niki van der Naald wakker met de boodschap: ‘Dit is groot! Stuur versterking.’ Niki belde op haar beurt naar onlineredacteur Joost de Poel om hem te vragen een eerste bericht te schrijven. Hij nam op met de woorden: ‘Ik ben al aan het tikken!’ 


Hierna werden nog tal van journalisten uit hun bed gebeld. De groepsapp die we bij dit soort calamiteiten aanmaken, groeide in twee uur uit tot dertig leden: verslaggevers, een fotograaf, vormgevers, eindredacteuren, chefs, online-journalisten, videomakers. Daardoor konden we onze lezers toen ze wakker werden al heel veel bieden op onze website: het laatste nieuws en de eerste ooggetuigenverslagen.


​​​​​​​We gaan vaker dan voorheen direct op pad bij een melding

Kortom, als we de brand zien als een test, dan zijn we geslaagd. Dat is extra prettig omdat we alert zijn op calamiteiten als hoofddoel voor 2025 hadden gesteld. Bij De Gelderlander willen we schrijven over de zaken waar mensen het op het werk, op straat en in de supermarkt over hebben. En dat zijn vaak incidenten zoals grote ongelukken en branden. Belangrijk voor de lezers en dus belangrijk voor ons. 


We gaan vaker dan voorheen direct op pad als er een melding binnenkomt. En we willen niet alleen maar inzoomen op het incident, we willen ook het bredere plaatje brengen. Bij een verkeersongeluk: is die weg wel veilig? Bij een uitslaande brand: wat is de rol van de zonnepanelen op het dak? Bij een moordzaak: wat is femicide en hoe vaak komt het voor? 


Incidenten zijn bij De Gelderlander vaak het vertrekpunt van een hele reeks verhalen. In ons onlinedossier van de brand in Arnhem staan tientallen artikelen en het wordt nog steeds uitgebreid. Want al heeft de brandweer het geweldig gedaan en stond onze redactie paraat, in de binnenstad van Arnhem is het litteken van de brand nog goed te voelen.

Joris Gerritsen

Hoofdredacteur De Gelderlander

Een onderwerp ‘voelen’

De stadsbrand in Arnhem zorgde er ook voor dat we bij De Gelderlander voor het eerst een online-special maakten. Van de brand hadden we enorm veel materiaal: we spraken ooggetuigen en betrokkenen en hadden foto’s en video’s vanuit alle mogelijke hoeken. 


Enkele dagen na de brand ontstond de behoefte om een goede samenvatting van de gebeurtenissen te maken. We grepen de kans aan om deze ‘samenvatting’ anders aan te pakken. We speelden al langer met het idee om ook verhalen met meerwaarde voor de lezers te maken.

Verhalen waarin video en audio een grote rol spelen en waarbij de bezoekers het verhaal niet alleen lezen maar ook echt kunnen ‘voelen’.


Ons gebruikelijke format voor verhalen voldoet hier niet aan, maar razendsnel bouwden we een systeem waarin we tekst, video, audio en grafische elementen kunnen laten samensmelten tot een productie. Onze eerste special was geboren, een vorm die we later in het jaar ook voor andere grote onderwerpen konden gebruiken.

W

Wat doen we met de W van Wie?


Journalisten leren in het begin van hun carrière dat in nieuwsberichten de vijf W’s en de H belangrijk zijn. Wie? Wat? Waar? Waarom? Wanneer? En hoe? Als je deze vragen beantwoordt, heb je de basis van een degelijk nieuwsbericht. Maar de laatste jaren is er steeds meer gedoe over die eerste W: de W van Wie. 


Want steeds meer mensen vinden het helemaal niet prettig dat hun naam in een nieuwsbericht opduikt. Dat lag vroeger al gevoelig, maar door het internet en zijn uitstekende archieffunctie, waarbij vrijwel alles blijft bewaard, is dat nog veel gevoeliger geworden. 


En dus krijgen veel hoofdredacties steeds vaker het verzoek om namen uit artikelen te verwijderen. Vaak gaat het over oude berichten. De oplichter is intussen op het juiste pad, maar zijn daden uit het verleden blijven hem achtervolgen. Of iemand heeft inmiddels al een heel andere carrière en wil niet herinnerd worden aan zijn vorige leven. 


Maar dit gaat steeds verder. Ondertussen krijgen we ook verzoeken van ex-politici, en recent kregen we een verzoek van een voetballer die door zijn club geschorst was na een grove overtreding. De speler in kwestie had er last van dat hij steeds aangesproken werd op het bericht. 


We snappen dat deze speler aangesproken wordt op het bericht. Maar laat je de naam weg, dan krijg je een glijdende schaal. Een voetballer die een penalty mist, mag je die dan ook niet meer bij naam noemen? Moet je een bestuurder van een overheidsinstantie die een besluit neemt anonimiseren? Dat gaat niet. 


Als journalisten moeten we voorzichtig zijn met het toegeven aan dit soort verzoeken. Journalistiek draait niet om het vermijden van ongemak, maar om het vast­leggen van de werkelijkheid, ook als die schuurt. 


De W van Wie is geen detail dat je naar believen kunt schrappen, maar een fundament onder geloofwaardige verslaggeving. Wie dat fundament aantast, loopt het risico dat niet alleen namen verdwijnen, maar ook de scherpte, de controleerbaarheid en uiteindelijk het publieke vertrouwen in de journalistiek zelf.

De Gelderlander is onderdeel van ADR Nieuwsmedia

Lees meer en bekijk de cijfers